Nachtelijk plassen heeft verschillende mogelijke verklaringen
De EAU-richtlijn over niet-neurogene lagere urinewegklachten bij mannen beschrijft meerdere mogelijke factoren, waaronder veranderingen in de blaas, prostaatgerelateerde obstructie en nachtelijke urineproductie.
De richtlijn is in maart 2026 beperkt bijgewerkt en richt zich vooral op mannen vanaf 40 jaar. De genoemde factoren zijn geen zelfdiagnose.
Kijk naar de hele nacht en dag
Noteer hoe vaak u wakker wordt, of u overdag ook vaak moet plassen en of u moeite heeft met starten of leegplassen. Slaap, medicijnen en andere gezondheidsfactoren kunnen eveneens relevant zijn.
Beperk drinken niet sterk zonder advies. De juiste aanpak hangt af van uw gezondheid en de oorzaak.
Bespreek veranderingen met uw huisarts
Maak een afspraak als nachtelijk plassen nieuw, aanhoudend of belastend is, of samengaat met andere plasklachten. De EAU-richtlijn benadrukt dat een beoordeling nodig is om de mogelijke oorzaak te onderscheiden.
Neem uw medicijnen en eventuele veranderingen in urine mee in het gesprek.
Bekkenbodemtraining is geen prostaatonderzoek
Training kan een onderdeel zijn van een persoonlijk plan voor bepaalde klachten, maar bepaalt niet waarom u ’s nachts wakker wordt. Begin met een medische beoordeling als de klacht aanhoudt.
Lees ook over nachtelijk plassen en bekkenbodemtraining voor mannen.
Wat kunt u met training bespreken?
Noteer een paar nachten wanneer u wakker wordt en of u overdag ook veranderingen merkt. Bespreek aanhoudende klachten met uw huisarts; training kan niet bepalen waarom u wakker wordt.
Bronnen en context
- EAU-richtlijn 2026: niet-neurogene plasklachten bij mannen — Europese richtlijn met beperkte update maart 2026; vooral gericht op mannen vanaf 40 jaar met niet-neurogene lagere urinewegklachten.
Meer lezen
Een rustige vervolgstap
Heeft u een trainingsvraag? U kunt bij PelviHealth bespreken welke bekkenbodemtraining bij uw doel en ervaring kan aansluiten. PelviHealth biedt training en persoonlijke begeleiding, geen medische diagnose. Bespreek nieuwe, pijnlijke of veranderende klachten met uw huisarts of eigen behandelaar.